A : Actieve dagbesteding

Een structurerende activiteit, die zich op het continuüm beweegt tussen activering en onderwijs met als doel het voorkomen van terugval, het draaglijk maken respectievelijk stimuleren van zelfhandhaving/zelfredzaamheid.

Dit kunnen leerlingen zijn die aan het plafond van hun leermogelijkheden zijn gekomen en die mogelijk in de toekomst geen uitzicht hebben op een plaats in het reguliere arbeidsproces of binnen een beschutte (sociale) werkvorm. Van deze leerlingen wordt verwacht dat ze in de toekomst aangewezen blijven op intramurale hulp en overdag op een dagverblijf voor ouderen zullen verblijven. Tevens worden in deze groep leerlingen geplaatst als een eerste fase van schooldeelname Waarna ze zullen doorstromen naar ofwel het scholingstraject, ofwel het arbeidstrainingstraject. Het belangrijkste principe is dat de leerlingen de hele dag door voornamelijk één persoon begeleid wor­den. Wat de leerlingen geboden wordt is een afwisselend programma, waarin creatieve bezigheden, het onderhouden van cognitieve vaardigheden, lichte vormen van arbeid en sport de belangrijkste onderdelen zijn.

Tijdens het blok Actieve Dagbesteding vinden er tal van processen plaats die bijdragen aan een succesvolle schooldag:

  1. maken van contactVanuit een onbeoordelende en open houding worden de jongeren uitgenodigd deel te nemen aan dit onderwijsprogramma. Voorop staat dat het aangaan en maken van contact met de jongeren als voorwaarde wordt gesteld om uiteindelijk de betrokkenheid en dus deelname aan het onderwijsprogramma te vergroten
  2. laagdrempelige schooldeelnameDe laagdrempelige schooldeelname staat in het teken van het bevorderen van de competentie. Onder competentie wordt verstaan dat de jongeren in staat zijn om zich goed aan te passen aan nieuwe omstandigheden, dat ze de juiste keuzen maken in sociaal wenselijk gedrag en dat ze de juiste hulpbronnen  (zoals bijvoorbeeld leeftijdsgenoten) weten aan te boren.Belangrijk bij competentie is het vertrouwen in eigen kunnen, ook wel “interne locus of control” genoemd: de overtuiging dat je zelf iets kunt aanpakken en dat je invloed op je eigen leven hebt.
    Tijdens dit blokuur zullen jongeren door (veelvuldig gesprekken hierover te voeren) hiervan bewust gemaakt worden. Vertrouwen in eigen kunnen is niet iets wat je bij je geboorte meekrijgt, maar is een eigenschap die je verwerft door eerdere succeservaringen zoals het goed voltooien van ontwikkelingsopgaven. Er is pas echte participatie op het moment dat de jongere zelf de keuze heeft gemaakt verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar eigen onderwijsprogramma. De rol van de leerkracht is hierbij die van coach, back-up en vangnet. De jongere wordt gecoacht over op welke wijze uitvoer te geven aan de regie van de dagstructuur.

    Jongeren met een gedragsstoornis hebben een slechte prosociale strategie. Ze kunnen niet goed met ouders of andere kinderen onderhandelen en zich slecht in anderen verplaatsen. Ze “kiezen” (te) vaak voor een strategie waarbij zij met chantage of geweld hun zin krijgen. Hun handelen is vooral gericht om instrumentele (concrete tastbare) beloningen te krijgen zoals een brommer, geld of drank. Sociale beloningen zoals vriendschap, aanzien en plezier zijn minder belangrijk. Door in een veilige setting aandacht te schenken aan de prosociale strategie van de jongeren, worden ze meer bewust van hun handelen.

  3. Doseren van de belastingVoor veel jongeren is een hele dag school een te grote belasting. Een vorm van actieve dagbesteding stelt de jongeren in staat om de dag succesvol te doorlopen.