5. Leerling – docent

De relatie leerling-leraar kanals belangrijkste werkzame eenheid in het hele systeem worden beschouwd. Een mentale kanteling van de leraar naar de leerling zou tot veel meer resultaat en plezier kunnen leiden voor zowel de leerling als de leraar.

Leerlingen vinden leerkrachten van centrale betekenis in de klas en in de school.

In beschrijvingen van leerlingen over hun docenten worden 3 hoofdthema’s onderscheiden:
–          sfeerbepalend leerkrachtengedrag.

vrolijk en gezellig zijn,
een goede bui hebben
grapjes maken, maar ook lachen om grapjes van de leerlingen
een vriendelijke instelling, aardig, lief
schreeuwen
–          empathie

Door te praten over alledaagse dingen, door goed te luisteren door te proberen kinderen te begrijpen of door geborgenheid te geven
door sociaal te praten over hobby’s en interesses erachter komen wat belangrijk gevonden wordt en wat de leerlingen bezighoudt
troostend en helpend praten als leerlingen problemen hebben

het gaat om de betrokkenheid en compassie van de leerkracht, waarbij de docent even tijd neemt en aandacht heeft, niet oordeelt, maar de leerling ondersteunt.
–          volwaardigheid in de relatie

aangesproken te worden op een respectvolle en bij het ontwikkelingsniveau passende manier.

Een goed contact met de docent wordt door de leerlingen dus belangrijk gevonden. Met goed contact wordt door zowel leerlingen als docenten in de eerste plaats gedoeld op gewoon, menselijk contact; het maken van een praatje over het weekend, een hobby of een sport, groeten op de gang, af en toe een geintje maken.

Er is vanuit de leerling een sterke behoefte aan informeel contact met de docent.

Leerlingen vinden het vervolgens belangrijk dat een docent geïnteresseerd is in leerlingen. Betrokkenheid tonen, naar leerlingen luisteren en de leerlingen om hun mening vragen, maar ook groeten op de gang (laten weten dat je elkaar kent) vinden leerlingen belangrijk. Docenten die dit doen, zijn vaak ook docenten die, zoals leerlingen dat zeggen, op een gelijkwaardige manier met leerlingen omgaan.

De mentor in het vo leert de kinderen goed kennen en als er iets is kun je altijd naar hem toe. Hij luistert naar je. Als er wat is komt een mentor ook gemakkelijker bij een docent dan de leerling. Maar mentoren krijgen niet altijd zoveel klaar, ze zijn ook docent. Sommige zijn niet geschikt, die luisteren niet of kiezen de kant van de docenten. Maar er is over het algemeen wel sprake van een vertrouwensrelatie. Het mentoraat wordt door de leerling en docent serieus genomen.