1. De leerstof

De logica van het goede schoolleven bestaat uit een goede match tussen de primaire ontwikkelingsbehoeften en de invulling daarvan door de omgeving. Er is in mijn ogen regelmatig sprake van een mismatch tussen wat kinderen willen voor hun ontwikkeling van hun omgeving verlangen of nodig hebben, en wat het onderwijsaanbod met zijn overtuigingen, waarden, normen en regels biedt.

Betrokkenheid is het centrale concept in de motivatieliteratuur ( de “flow-ervaring”) ; Er is dan een optimale match tussen uitdaging in bekwaamheid. Dat wil zeggen de uitdaging is net iets groter dan de bekwaamheid.

In het onderwijs spreekt men in dit verband vaker over “de naaste zone van ontwikkeling”.

Waar je als docent naar op zoek bent is de betrokkenheid / verbondenheid : Het is de belangrijkste conditie voor ontwikkeling en leren. Hiermee bedoel ik een actieve, geconcentreerde interactie met een taak of met een partner, in een discussie of tijdens samenwerking. In deze situatie ben je verbonden, één soms met je omgeving.

Dit is ook wat leerlingen als hun grootste probleem ervaren:

–          het gebrek aan afstemming ( mismatch) van aanbod en vraag, met ontkoppeling van jezelf en je omgeving ( verliezen van de interesse)

–          het gebrek aan afstemming ( mismatch ) van inspanning en resultaat.

Er ontstaat ongeloof en verlies aan vertrouwen in jezelf en in beide gevallen verdwijnt de motivatie.

Er is eigenlijk een permanent afstemmingsprobleem tussen vraag en aanbod. De leerinhouden en hoeveelheden afstemmen per kind noemt men differentiëren en is voor veel docenten organisatorisch niet haalbaar. Dit individuele onderwijs staat tegenover het vertrouwde klassikale onderwijs. Het programma dat docenten moeten draaien houdt te weinig rekening met verschillen tussen kinderen. Daarentegen staat dat kinderen meer zelfstandigheid aan zouden kunnen ( in de zin van : initiatief nemen en onder eigen verantwoordelijkheid werken)

Het is de kunst van elke docent de leerling eigenaar te laten worden en zijn van diens eigen leerproces.

Het streven is daarom naar een eigen en actiever aandeel van de leerlingen. Maar de docent wil uiteindelijk : “in control” blijven, en durft deze switch niet te maken. Leerlingen krijgen de verantwoordelijkheid dus nooit echt en voelen dat.

Volgens leerlingen in het vo houden docenten niet altijd rekening met het feit dat zij de enige zijn die huiswerk opgeven. Het werk voor alle vakken samen vinden sommige leerlingen te veel. Ook zijn er leerlingen die vinden dat docenten te veel proefwerken opgeven. Te veel voor een dag of een week. Zeker in combinatie met het gewone huiswerk is het te veel.

Studiewijzers worden op een aantal scholen gebruikt als hulpmiddel bij het plannen van het werk. Leerlingen zijn daar niet altijd positief over. Soms vinden zij de studiewijzers te ingewikkeld. F ze vinden dat de planning die de docent heeft gemaakt niet klopt met de werkelijkheid.