Een willekeurige schooldag

Een willekeurige schooldag op ORA + :
Tijdens de lessen probeert de docent leerstof aan de leerling aan te bieden. Hierbij is de docent op zoek naar een manier om de leerling betrokken te krijgen. Onder betrokkenheid verstaat men: een actieve en geconcentreerde interactie van de leerling met een taak of met een partner. Het is deze betrokkenheid die gezien wordt als de belangrijkste conditie voor ontwikkeling en leren, want er is op dat moment een optimale afstemming tussen uitdaging en bekwaamheid van de leerling. Taakgerichtheid is kenmerkend maar niet voldoende voor deze krachtige leeromgeving. De docent zal de leerlingen ook moeten helpen hun leertaken met succes af te ronden. En de docent zal daadwerkelijk rekening moeten houden met individuele verschillen tussen leerlingen. Goede kennis hebben van de verschillende leergebieden en de kerndoelen daarbinnen is hiervoor noodzakelijk. Ook het foutloos en op verschillende manieren aan leerlingen kunnen demonstreren hoe je omgaat met vragen en opdrachten is van belang. Betrokkenheid is niet alleen afhankelijk van de leerstof, maar is ook afhankelijk van hoe de leerstof gebracht. Lessen die eentonig en voorspelbaar zijn werken demotiverend voor leerlingen. Het is juist daarom de kunst van de docent om een aantrekkelijke en interessante les te verzorgen. De docent geeft daarbij zelf het voorbeeld door zijn enthousiasme voor het werken met het schoolvak. Ook zorgt de docent voor zinvolle en hanteerbare leerinhouden en activiteiten en voor een dynamisch evenwicht tussen onder andere uitdaging en hulp, tussen onzekerheid en structuur en tussen zelfdoen, samendoen en voordoen. Leerlingen willen weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief. Leerlingen willen ook weten wat ze moeten doen, hoe en met welk doel ze dat moeten doen en welke ruimte ze hebben voor een eigen invulling. De docent zorgt  daarom ook voor een ordelijke, taakgerichte leef- en leeromgeving in zijn klas en zijn lessen. De docent zorgt samen met andere volwassenen in  de school dat de school een veilige gemeenschap is. Hij is zich daarbij bewust van zijn eigen houding en gedrag , en van de invloed daarvan op de leerlingen. Leerlingen voelen zich op hun gemak en voelen zich ondanks alle onderlinge verschillen gewaardeerd. De relatie leerling-docent kan als belangrijkste eenheid in het hele systeem worden beschouwd. De leerlingen vinden de docent van centrale betekenis in zowel de klas als in de school. De docent heeft kennis van de basisbehoeften en ontwikkelingsprocessen van de leerlingen. Is ook op de hoogte van de meest voorkomende opvoedings- en ontwikkelingsproblematieken. Op basis van observatie, informatie van leerlingen en informatie van collega’s wordt een beeld gevormd van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep leerlingen. De docent maakt aan leerlingen duidelijk en bespreekt welke normen en waarden en omgangsvormen in de onderlinge omgang gehanteerd worden. Een goed contact met de docent wordt door leerlingen belangrijk gevonden. En er is hierbij vanuit de leerling een sterke behoefte aan informeel contact met de docent. Een van de aspecten van de relatie leerling en docent is de sociale omgang die ze met elkaar hebben. Hiermee wordt bedoeld het gewoon menselijke contact zoals het maken van een praatje , het groeten op de gang of af en toe een geintje maken. Maar het gaat hierbij ook om de volwaardigheid in de relatie. Dit uit zich bijvoorbeeld in aangesproken te worden op een respectvolle en bij het ontwikkelingsniveau passende manier. Een ander aspect van de relatie leerling en docent is de onderwijsinhoudelijke betrekking die ze ten opzichte van elkaar hebben. Dit komt goed tot uiting in de didactische kwaliteiten van de docent waarbij hij hulp en begeleiding biedt aan zijn leerlingen. De docent leert de leerlingen bewust te worden van hun eigen leerprocessen en zich hier verantwoordelijk voor te leren voelen. De docent heeft op basis van het leerlingvolgsysteem, eigen toetsen en observaties, consultaties van collega’s een duidelijk beeld van de mate waarin en de wijze waarop al zijn leerlingen vorderingen maken in de verschillende leergebieden. De docent weet welke behoeften de verschillenende leerlingen hebben aan leerondersteuning en –ontwikkeling. De docent is in staat om voor een leerling een werkprogramma te ontwerpen dat voor die leerlingen uitvoerbaar is. In het programma worden verschillende werkvormen, groeperingsvormen en media gebruikt zodat de kinderen op verschillende niveaus kunnen handelen. De docent kan dus op een gevarieerde en gedifferentieerde manier instructie geven en gebruikt variatie en differentiatie op een doelmatige manier. De docent zorgt ervoor dat de leerling in een krachtige leeromgeving aan het werk is en in toenemende mate leert zelfstandig te leren en zelfverantwoordelijk te leren. Veel opvattingen over het leren van leerlingen zijn gericht op het leren van individuele leerlingen. Maar de maatschappij vraagt om sociaal en communicatief vaardige mensen die in teamverband kunnen werken. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen die vaardigheden bezitten? Activerende didactiek en samenwerkend leren is een manier. Is samenwerkend leren een nieuwe hype of een belangrijke onderwijskundige vernieuwing? Steeds vaker wordt er door onderwijsmensen enthousiast gesproken over het grote belang van samenwerkend leren. Samenwerken is niet alleen een leuke, sociale werkvorm, maar leidt bovendien tot leren op verschillende fronten; vandaar de aanduiding samenwerkend leren. De opvatting achter samenwerkend leren en een sociaal-interactieve leeromgeving is dat het leren krachtiger kan zijn wanneer de docent de leerlingen in staat stelt om regelmatig met elkaar te overleggen en elkaars expertise te benutten. Uit onderzoek blijkt dat samenwerkend leren effectiever is dan leren in het traditionele onderwijs. Elkaar onderwijzen, hardop denken en actief bezig zijn met de stof blijken essentieel. Bij samenwerkend leren staan die aspecten centraal. Jongeren werken zelfstandig in tweetallen, drietallen of groepjes van vier samen. De nadruk ligt op het leren van en met elkaar. Samenwerkend leren is geen specifieke onderwijsmethode of didactische werkvorm en kent vele verschijningsvormen. Essentieel voor samenwerkend leren is het leren als gevolg van sociale interactie. Het onderwijs-leerproces wordt zo georganiseerd dat studenten met elkaar in contact komen en dat de interacties een bijdrage leveren aan het leerproces van de deelnemende studenten. Leerlingen hebben een behoorlijk inzicht in wat wel en wat niet bevorderlijk is voor hun leerproces. Zij beschouwen het onderwijs vooral als een activiteit van zichzelf, waarbij ze de docent weliswaar nodig hebben, maar pas als zij daar zelf om vragen. Kinderen helpen elkaar graag in de klas en vinden dat ze veel aan elkaar kunnen hebben. Ze vinden het belangrijk om elkaar te ondersteunen als het moeilijk is, als het niet lukt. Maar er is een duidelijk verschil tussen helpen en voorzeggen.