Contact

Contact

2.1.7.1     Communicatie en contact

Communicatie heeft altijd met contact te maken en goede communicatie met goed contact.

Bij het contact gaat het om een verbinding tussen onderdelen die los van elkaar (kunnen) staan en bestaan. Een verbinding die ook weer losgemaakt of verbroken kan worden.

Bij deze verbinding

  1. Vindt een uitwisseling plaats: een uitwisseling van gevoelens, gedachten, beelden of behoeften (er is inhoud);
  2. brengt die uitwisseling bij beide partijen iets teweeg;
    met andere woorden: er gebeurt iets bij beiden, beide onderdelen nemen uit het contact iets mee (er is impact)

2.1.7.2     Vier lagen van contact

Binnen ORA+ zijn we op de hoogte dat het aangaan of hebben van contact met elkaar gebeurt in verschillende contexten;

  1. referentiële laag                      de inhoud, de informatie
  2. relationele laag                        hoe je de ander ziet, de rolverdeling
  3. expressieve laag                     het beeld dat je van jezelf hebt en uitdraagt
  4. appelerende laag                     wat je graag wilt dat de ontvanger doet of laat of voelt

Contact maken heeft altijd een doel: Elke vorm van contact is er op gericht een wens te vervullen of aan een behoefte te voldoen.

We gaan uit van de positieve impact van contact; contact zet iets in gang, het brengt iets teweeg. Het contact tussen leerkracht en leerling heeft invloed op hoe de dag beleefd wordt. Veel jongeren laten zich bij de beoordeling van een schooldag leiden door het humeur van de leerkracht.

2.1.7.3     Voorwaarden voor contact

Voorafgaand:

  1. Delen van werkelijkheid
    Er is een gemeenschappelijke basis waarop je elkaar treft.
  2. Omgevingsvariabelen kloppen
    Er moet ruimte en tijd zijn voor contact

Tijdens :

  1. open staanDe leerkracht          heeft aandacht, voelt zin en energie
    De leerling              is niet afkerig van contact met de leerkracht
    heeft niet bewust de intentie contact uit de weg te gaan
  2. Belangstelling nieuwsgierigheidDe leerkracht          Is nieuwsgierig om te weten wie de ander is en wat hem/haar bezighoudt,
    te leren van de ander
    De leerling              is bereid te onderzoeken wat de leerkracht voor hem/haar kan betekenen
  3. Open vragenDe leerkracht          Is in staat om open en prikkelende vragen te stellen
    De leerling              is bereid over de gestelde vragen na te denken en er antwoord op te geven.
  4. WaarnemenDe leerkracht          Neemt de ander waar, observeert zonder te oordelen
    De leerling              heeft de zintuigen op een kiertje en is bereid ze te gebruiken
  5. Contact met jezelfDe leerkracht          Houdt contact met zichzelf, zijn eigen emoties en behoeften
    De leerling              Is enigszins in staat om te gaan met de eigen emoties en behoeften

2.1.7.4     Communicatieprofessional

De leerkracht is een communicatieprofessional. Hij neemt verantwoording voor een goed verloop van het gesprek. Hij is zich bewust van zijn houding en van zijn invloed op het contact. De leerkracht kijkt allereerst naar zichzelf als er een probleem is in het contact met de ander. De leerkracht is zich ook bewust van zijn eigen  vooronderstelling waarmee hij in contact treed. Want die vooronderstelling is sterk bepalend voor de kwaliteit van het contact en de succes van de uitwisseling.

Positieve vooronderstellingen:

  1. leerling
  • leerlingen zijn creatief en vindingrijk
  • leerlingen maken keuzes en zijn verantwoordelijk voor hun eigen leven
  • leerlingen zijn goed in staat om hun behoeften te uiten en voor die behoeften op te komen
  1. samenwerking
  • mensen zijn erop uit samen te werken en tot oplossingen te komen waar alle partijen beter van worden
  • soms hebben ze niet de vaardigheden om dat goed uit de drukken
  • hun handelen is erop gericht hun wensen te vervullen
  • zij komen voor zichzelf op, maar hun doel is niet om de leerkracht te pesten of dwars te zitten
  1. leerkracht
  • de rol van de leerkracht is bij te dragen aan de wereld, anderen te helpen zijn/haar doelen te realiseren.
  • de leerkracht uit zijn wensen en behoeften zodat de leerling die kent en er rekening mee kan houden
  • dingen zijn niet zoals ik ze zie. Ik kan er voor kiezen ze anders te zien.

Samengevat:

  1. de leerkracht zoekt de oorzaak voor een slecht contact eerst in en bij zichzelf
  2. de visie van de leerkracht op de ander, de samenwerking en de rol van de leerkracht daarin is bepalend voor de kwaliteit van het contact
  3. De leerkracht kiest een houding die een open, respectvol en veilig klimaat ondersteunt.

2.1.7.5     Non-verbaal contact

Het lichaam vertelt beter dan woorden wat iemand van de ander vindt en of die het goed met de ander voorheeft. Het vertelt tegelijkertijd hoe iemand zich voelt op dat moment. De ander zuigt, ook veelal onbewust, deze informatie op en kent hier meer waarde aan toe dan aan woorden die gezegd worden. Contact verloopt dus voor een belangrijk deel non-verbaal. Jongeren vertrouwen op wat ze zien. Ze negeren de gesproken woorden als die niet overeenkomen met het gedrag.

Non-verbale communicatie:
Non-verbale communicatie is elke vorm van uitwisseling van boodschappen via niet talige signalen of tekens. Vaak spreekt met van lichaamstaal. Er zijn veel verschillende uitingsvormen van non-verbale communicatie.

  1. uiterlijk
  2. lichaamshouding
  3. lichaamsbeweging
  4. gezichtsuitdrukking
  5. oogcontact
  6. stemtaal
  7. autonoom zenuwstelsel
  8. overige fysieke kenmerken
  9. nabijheidgedrag en aanraken
  10. ruimte

Binnen ORA+ is men op de hoogte van de verschillende functies van non-verbale communicatieaspecten;

  1. Een eerste functie van non-verbale communicatieaspecten is, dat ze aanwijzingen verschaft omtrent de eigenschappen, attitudes en identiteit van de betrokken persoon.
    1. Eigenschappen:
      Non-verbaal geven mensen voortdurend signalen over hun innerlijke toestand, emoties, stemmingen, behoeften, mate van opgewonden of ontspannen zijn etc. Met elk van deze subjectieve ervaringen correspondeert een patroon van non-verbale signalen, vooral aan die van gezichtsuitdrukkingen. Een juiste interpretatie van iemands emotie is daarnaast ook gebaseerd op wat men van de rest van het lichaam ziet.
    2. Inter-persoonlijke verhoudingen:
      Globaal kan men zeggen dat de gesproken taal het ene doel dient (feiten/gegevens uitwisselen), en dat non-verbale communicatie het andere (gevoelens uitwisselen) dient. In het communiceren van inter-persoonlijke verhoudingen hebben non-verbale signalen een veel sterker effect dan verbale.
    3. Identiteit:
      Wie iemand is (identiteit) komen we meestal niet te weten uit zijn woorden, maar vooral uit zijn non-verbale gedrag. Tot iemands identiteit horen o.a.: sekse, leeftijd, status, zijn rol.
    4. Ondersteunen en reguleren van het communicatieprocesNon-verbale signalen hebben tevens een functie het communicatieproces te ondersteunen en te reguleren. Zoals knikken, wijzigen van de richting van de blik, stemintonatie en tussenklanken hebben een belangrijke taak bij het reguleren, synchroniseren en verdelen van spreektijd. De ondersteunende functie blijkt uit:
      1. Lichaamshouding en de gebaren, waarmee de spreker de bepaalde punten uit de verbale boodschap illustreert en beklemtoont.
      2. De richting van de blik, de gezichtsexpressie (vooral de glimlach) en de lichaamshouding, waarmee de luisteraar zijn reacties weergeeft en betrokkenheid weergeeft.
      3. Onder omstandigheden waarin verbale communicatie onmogelijk is, kan non-verbale communicatie als substituut dienen.
      4. Non-verbaal gedrag speelt ook een belangrijke rol in het tot stand komen van contakten en het verduidelijken van het type relatie dat men wenst.

2.1.7.6     ORA + en non-verbaal contact

De leerkracht van ORA+ is zich bewust van zijn gedrag en communiceert veelvuldig non-verbaal, vanwege de volgende redenen:

  1. Gebrek aan verbale coderingsmogelijkheden op sommige terreinen.
  2. Non-verbale signalen zijn krachtiger.
  3. Non-verbale signalen vallen minder onder bewust gewilde controle en zullen daarom vaak als echt worden opgevat.
  4. Uit woorden alleen valt niet of pas moeizaam op te maken of de waarheid wordt gesproken.
  5. Het is erg handig, om een tweede kanaal naast de spreektaal te kunnen gebruiken. Dit kanaal is geschikt om non-verbaal inter-persoonlijke informatie over te dragen. Tevens dient dit kanaal om ondersteunende informatie over te dragen en om synchronisatie van gespreksverloop te regelen. (Men hoeft de ander niet steeds te onderbreken om zijn reacties te laten blijken.)
  6. Wanneer de verbale en non-verbale code overeenstemmen is de communicatie ondubbelzinnig.

De leerkracht laat dit zien door op de volgende wijze rekening te houden met non-verbaal gedrag :

  1. De lach
  • De leerkracht lacht om contact te leggen of te onderhouden
    lachende mensen krijgen meer waardering en leggen makkelijker contact
    de beginnende glimlach geeft een vriendelijk aangezicht en komt je humeur ten goede
    de houding van de leerkracht heeft invloed op hoe leerlingen een schooldag beleven.
  • lachen in de klas heeft een positief effect op schoolprestaties
    lachen heeft een positieve invloed op je welbevinden
  • boos zijn is moeilijker na een vriendelijke begroeting
  • In situaties dat lachen moeilijk of ongepast is, is de beginnende glimlach een goede vervanger. Kenmerken van de beginnende glimlach  : Licht opgetrokken mondhoeken en zachte ogen.
  • De intentie telt: alleen een welgemeende lach heeft effect; lachen is een eerste stap op weg naar een goed contact.
  1. Oogcontact
    Hoe men iemand aankijkt speelt een belangrijke rol tijdens het leggen van contacten en het opbouwen van een bepaald soort relatie. Wanneer men met iemand contact wil aanknopen, zal men die ander eerst aankijken; men zal langer kijken naarmate men nauwer contact wenst. Pas wanneer de ander terug kijkt, is er sprake van oogcontact.
    Hier zijn drie verschillende relatie definities:
    -Gewoon contact zoeken vanuit een affiliatieve motivatie, men zal kijken en glimlachen.
    -Seksuele belangstelling, kijken met een glimlach die vager en zachter is en de oogpupillen groter.
    -Staren of indringend kijken wordt gebruikt in een dominantierelatie.
  • oogcontact is onmisbaar tijdens het leggen en onderhouden van contact
  • vrouwen en mannen hanteren verschillende regels voor oogcontact tijdens gesprekken.
    vrouwen kijken onderling meer dan mannen onderling
    vrouwen kijken meer hun gesprekspartner aan dan mannen, ook in gemengde interactie
  • regels voor oogcontact zijn ook cultuur gebonden. Westerse landen hanteren andere regels dan Arabische of Aziatische. Leerlingen met een buitenlandse achtergrond kunnen dus anders met oogcontact omgaan.
  • Teveel of te lang aankijken creëert een grote mate van intimiteit, waarbij men zich minder op zijn gemak of zenuwachtig onder voelt.
  1. Positie van de leerkracht en de leerling
  • persoonlijke territoria worden gerespecteerd
    de plaats in de ruimte en die iemand inneemt, kan bepalend zijn voor hoe die persoon of de aanwezigen zich voelen
  • Bij het kiezen van een positie in de ruimte bedenkt de leerkracht hoe dit voor zichzelf voelt en hoe dit op de leerling(en) overkomt
    De kans op een prettig gesprek is groter als de deelnemers een hoekpositie hebben aangenomen
    samenwerken gaat gemakkelijker als je naast elkaar zit dan als je tegenover elkaar zit
    De ronde tafels op ORA + nodigen uit tot een coöperatieve houding
  1. Aanraken is een middel tot communicatie, een belangrijk middel om gevoelens en emoties te uiten, waarbij je zonder woorden toch dingen duidelijk maakt aan elkaar. Soms zetten aanrakingen kracht bij, soms komen ze in plaats van woorden. Toch is het voor veel mensen niet gemakkelijk om aan te raken of aangeraakt te worden. Het wordt al gauw als inbreuk op de privacy ervaren, een binnendringen in het eigen territorium, zeker als je elkaar niet goed kent. Aanraken kan behalve met het uiten van emoties ook te maken hebben met het uitdrukking geven aan machtsongelijkheid. Degene die een hoger status heeft raakt in het algemeen meer aan dan die lager in de hiërarchie zit.
    Uit steeds meer publicaties ( zie hiervoor www.miami.edu/touch-research) blijkt hoe belangrijk aanraking voor het welzijn van mensen is.

    Intentie
    Aanraken wordt snel in verband gebracht met machtsmisbruik en sexualiteit. Aanraken op de hand, arm en schouder worden als neutraal ervaren en een korte aanraking op deze plekken wordt niet als bedreigend gezien. Eigenlijk zijn aanrakingen alleen plezierig als ze een positieve intentie hebben en door alle partijen gewenst zijn. Maar dan is er ook sprake van echt contact, in de ware zin van het woord: “contact” is immers afgeleid van “contactus”, het voltooid deelwoord van “contingere” wat aanraken of beroeren betekent. Fysiek contact tussen  leerkracht en leerling zorgt voor verbondenheid.

    Effecten van aanraken
    Verschillende studies hebben aangetoond dat aanraken veel goede effecten heeft; aanraken zorgt ervoor dat een leerling :

  • beter in staat is om te leren
  • minder pijn ervaart
  • zich beter ontwikkelt
  • zich gezonder voelt
  • zich veilig voelt
  • minder stress ervaart
  • beter contact leert maken
  • een beter immuunsysteem opbouwt
  • zich beter in kan leven in een ander
  • beter groeit
  • minder de neiging heeft om te gaan pesten
  • intensiever speelt
  • minder agressief is
  • beter zijn grenzen aan kan geven
  • minder snel slachtoffer wordt van seksueel misbruik